JORN Asger - Les Fleurs errantes
Asger Jorn (1914–1973) was een Deense kunstenaar en medeoprichter van Cobra, een radicale beweging van kunstenaars uit Denemarken, België en Nederland (de naam CoBrA is een acroniem van de hoofdsteden waar de oprichtende leden vandaan komen: Copenhague, Bruxelles en Amsterdam). Binnen de groep vervulde Jorn een sleutelrol als schilder, theoreticus en pleitbezorger van een experimentele, anti-academische kunstpraktijk. Hij was beïnvloed door het surrealisme, en vooral het werk van Max Ernst. In samenwerking met de schrijver Jens August Schade experimenteerde Jorn in de late jaren 1930 voor het eerst met collagetechnieken. Deze vroege collages toonden reeds zijn belangstelling voor toeval en transformatie.
Vanaf het midden van de jaren 1950 ontwikkelt hij een collage-techniek waarin het proces voorop komt te staan door papier te scheuren, overschilderen en herwerken. In 1957 was Jorn medeoprichter van de Internationale situationniste, een artistiek-politieke beweging die ijverde voor een toestand van voortdurende maatschappelijke revolutie. Tot 1961 ondersteunde hij de beweging actief via geschriften en beeldend werk. Tussen 1964 en 1969 keerde hij de collage-techniek om. In de resulterende décollages, wordt het beeld niet opgebouwd uit knipsels, maar ontstaat het door het wegnemen (scheuren en uitsnijden) van lagen op elkaar gekleefde affiches. Deze werkwijze sloot inhoudelijk aan bij het situationistische begrip van détournement, een vorm van artistieke ontwrichting: bestaande beelden worden gereorganiseerd en van hun oorspronkelijke betekenis ontdaan, terwijl kleur, textuur en stratificatie als autonome betekenaars naar voren treden.
Het werk Les Fleurs errantes (1968) bestaat uit verschillende lagen gescheurd affichepapier. Het oppervlak wordt gedomineerd door een spanningsveld tussen blauwe en gele zones, waarin de sporen van het afscheuren – rafelige randen, fragmentarische typografie en overlappende kleurvelden – de compositie structureren. Hoewel Jorns décollages doorgaans louter abstracte beelden opleveren, zijn hier twee rudimentaire figuren met hoofd en romp te onderscheiden. Ze worden door middel van het, vermoedelijk later toegevoegde, gele kleurvlak naar voren worden gehaald. Het finale beeld kent een materiële gelaagheid en verraadt een spel van onthullen en verhullen. Toeval verschijnt er als een drijvende kracht van de compositie. Tegelijk weet de kunstenaar met enkele gerichte keuzes tot een expressief beeld te komen waarin een menselijke figuur te herkennen valt. De mogelijke verwijzing in de titel naar Paul Éluards gedicht Armure de proie (1929) blijft speculatief en wordt niet door alle bronnen bevestigd, waardoor het werk vaak als sans titre wordt gecatalogiseerd.
Charles Vandenhove bezat het werk reeds voor 1980, toen hij als bruikleengever optrad voor een tentoonstelling in A.P.I.A.W. (Association pour le progrès intellectuel et artistique de la Wallonie), een vereniging die zich inzet voor de intellectuele en artistieke klimaat in Wallonië. Mogelijk verwierf hij het werk in 1969 naar aanleiding van de Parijse tentoonstelling Au pied du mur in de Galerie Jeanne Bucher.
Griet Bonne, Josephine Vandekerckhove
- Titel
- Les Fleurs errantes
- Datum
- 1968
- Medium
- Collage en verf
- Hoogte
- 80 cm
- Breedte
- 102,5 cm
- Rechten
- In Copyright