LIZENE Jacques - Fragmenté
Jacques Lizène (1946-2021) studeert in 1966 af aan de Académie des Beaux-Arts van Luik. Hetzelfde jaar neemt hij deel aan de tentoonstelling Jeune Liégeois georganiseerd door APIAW, waar hij kennis maakt met onder meer Jacques-Louis Nyst en Jean-Pierre Ransonnet. Vanaf 1973 maken deze kunstenaars en Pierre Courtois deel uit van het door Jacques Lennep in 1972 opgerichte Waals-Brusselse kunstenaarscollectief CAP – Cercle d’Art Prospectif. Lizène hanteert een radicale zelfspot. In zijn ‘dessins médiocres’ cultiveert hij bijvoorbeeld zijn eigen ‘middelmatigheid’. Na een tentoonstelling in 1969 in de Luikse galerij Yellow Now, roept hij zichzelf uit tot ‘Petit Maître Liégeois de la seconde moitié du XXe siècle’.
Lizène gebruikt geregeld zijn eigen lichaam als onderdeel van zijn kunst. Zo liet hij in 1970 bij zichzelf een vasectomie uitvoeren als ‘sculpture interne.’ Vanaf 1977 ontwikkelt Lizène een reeks werken waarbij hij zijn eigen uitwerpselen gebruikt als schildermaterie – zogenaamde peintures alimentaires. De kunstenaar gebruikt zijn spijsverteringsstelsel als ‘son propre tube de couleur’ waarbij hij de (relatieve) controle over de kleur behoudt door rekening te houden met zijn voedselinname.
In 1977 stelde Lizène in de Brusselse Botanique tijdens de allerlaatste CAP-tentoonstelling zijn eerste fecaal schilderij voor; een bruin monochroom doek vergezeld van een uitleg en foto’s van zijn voedsel. Een jaar later realiseert hij een zes meter lang doek waarop hij door middel van zijn uitwerpselen een bakstenen muur – een veelvoorkomend motief binnen zijn oeuvre – naschildert. Later maakt hij verschillende ‘fragmenten’ van deze Grand Mur à la matière fécale, die de indruk wekken losgescheurd te zijn van het grotere origineel, ofschoon het telkens om volledig nieuwe werken gaat.
De collectie van Charles Vandenhove bevat een ‘fragment’ dat uit de linkerbovenhoek van het origineel werk gescheurd lijkt. De beschilderde lap stof wordt gemonteerd op een zwarte drager. In de rechterbenedenhoek kleven twee foto’s; een zwartwit-foto van het grote doek in een tentoonstelling en een kleuren-polaroid waarop de kunstenaar in ontbloot bovenlichaam en geblinddoekt voor het grote doek poseert. Gespreid over enkele bakstenen staat de zin ‘Tentative de survivre par transformation de la matière fécale en matière picturale spéculative.’ Net zoals Piero Manzoni maakt Lizène van zijn eigen (waardeloze) uitwerpselen een stuk koopwaar onderhevig aan de speculatieve economie van de kunstmarkt.
Anton Pereira Rodriguez
- Titel
- Fragmenté
- Datum
- 1977
- Medium
- Collage op doek op hout
- Hoogte
- 81 cm
- Breedte
- 64 cm
- Diepte
- 4,5 cm
- Rechten
- In Copyright