LOGO Oto - Sculpture 39
Oto Logo (1931–2016) behoort tot de generatie van kunstenaars in het naoorlogse Joegoslavië en Servië die ernaar streven om middels een steeds zuiverder beeldtaal de lokale, modernistische beeldhouwkunst aansluiting te doen vinden bij internationale tendensen. Vanaf ongeveer 1960 laat hij de figuratie grotendeels achter zich en kiest hij voor een sobere, niet-beschrijvende beeldtaal waarin de sculptuur als zelfstandig vormlichaam moet functioneren. Zijn werk wordt opgebouwd uit helder afgebakende, vaak associatieve vormen met een uitgesproken technisch karakter, waarbij verticale accenten en geconcentreerde volumes een belangrijke rol spelen. In plaats van geometrische modules gebruikt hij asymmetrische samenstellingen van gladde, golvende vlakken en zones die in of uit de massa treden, zodat licht, schaduw en reflectie het beeld mee definiëren. De dynamiek ontstaat uit scherpe contrasten en ritmische overgangen tussen onderdelen, soms versterkt door het opnemen van gegoten mechanische elementen.
Die benadering loopt door zijn brede praktijk heen. Naast een groot aandeel portretbustes maakt Logo grafisch werk en een belangrijk corpus publieke monumenten, waarbij hij sculptuur opvat als autonome aanwezigheid die de kijker zonder narratieve ondersteuning moet treffen, hoogstens gestuurd door een titel. Binnen dat uitgangspunt keert hij terug naar reeksen en motieven die als ‘vormproblemen’ functioneren, zoals schelpen, vogels, gordeldieren, kathedralen en portretten van machines. In zijn monumentale werk erkent hij tegelijk een zwaardere verantwoordelijkheid, omdat een monument een omgeving markeert en een blijvende publieke functie krijgt. Daarom kiest hij daar vaker voor figuratieve of realistische oplossingen, met slechts sporadisch een meer associatieve uitwerking.
Sculpture 39 sluit aan bij de reeks abstract-moderne sokkelbeelden die hij doorheen zijn carrière maakte. Het strak, axiaal opgebouwd object doet tegelijk denken aan een urne als aan een mechanisch toestel. Onderaan vormt een donkere, komvormige basis het fundament, terwijl daarboven een tweede, even massieve kap met afgeronde koepel optisch loskomt. Tussen beide delen opent zich een spanningsvolle tussenruimte waarin goudkleurige, halfbolle elementen in een kring geklemd zitten, alsof het kogellagers zijn die onder druk worden gehouden of tanden in een geopende mond. Ook in de materialiteit wordt die spanning doorgetrokken. Het donkere metaal oogt glad en zwaar, maar toont lichte krassen en plaatselijke roodbruine verkleuringen, terwijl de gepolijste bollen als scherpe lichtaccenten werken en de blik naar het centrum trekken. Dat spel van tegenstellingen is kenmerkend voor Logo’s werkwijze. Hij bouwt de dynamiek op met behulp van contrasten en via ritmische overgangen tussen de onderdelen.
Pieter-Jan De Paepe
- Titel
- Sculpture 39
- Datum
- 1969
- Medium
- Brons
- Editie
- 3/5
- Hoogte
- 43 cm
- Breedte
- 28 cm
- Diepte
- 28 cm
- Rechten
- In Copyright