MANESSIER Alfred - Sainte Face
Alfred Manessier (1911-1993) geldt vanaf de jaren 1950 tot een van de meest invloedrijke vertegenwoordigers van de lyrische abstractie in Frankrijk. Een beslissend moment in zijn artistieke en spirituele ontwikkeling greep plaats in 1943, tijdens een driedaags verblijf in het klooster van la Trappe de Soligny. De onverwachte intensiteit van deze ervaring liet een diepe indruk na op de kunstenaar en vormde het begin van een blijvende belangstelling voor religieuze thema’s als het Heilige Gelaat (Sainte-Face) en de Sluier van Veronica (Le Voile de Véronique). Toch beschouwde Manessier zichzelf nooit als een religieus schilder in de traditionele zin. Zijn omgang met spirituele motieven was steeds verbonden met de zintuiglijke ervaringen die hij opdeed in de natuur.
Vanaf zijn reizen naar de Provence in 1958 en later naar Spanje vanaf 1963, werd zijn werk gekenmerkt door een steeds vrijere omgang met kleur, licht en beweging. Het zuidelijke landschap bevrijdde zijn hand en leidde tot een schilderkunst waarin kleurvelden, diagonalen en lichtaccenten de bovenhand namen. Deze ontwikkeling vormt de achtergrond waartegen Sainte-Face (1967), een monumentale triptiek, moet worden begrepen.
Sainte-Face (1967) vertoont bovendien sterke thematische gelijkenissen met l’Empreinte (1962), het profane drieluik waarmee hij de grote prijs voor schilderkunst won op de Biënnale van Venetië in 1962. Uit een beschrijving over dit werk, weten we dat de zijpanelen verwijzen naar de Hof van Olijven en de beklimming naar Golgotha, terwijl het centrale paneel het Heilige Gelaat thematiseert. Sainte-Face kan dus begrepen worden als een stilistische variatie op hetzelfde thema. De intense kleuren, krachtige diagonalen en vibrerende lichtwerking suggereren een inspiratiebron in het Spaanse landschap, waar Manessier gefascineerd raakte door de rijkdom van nachtelijk licht en kleur. De felle tinten en de stralende compositie doen bovendien denken aan de glas‑in‑loodramen die hij sinds 1947 voor verschillende kerken vervaardigde. Voor Manessier bestond er geen onderscheid tussen beide media: schilderijen en glasramen waren voor hem even vrije, licht-dragende structuren.
Binnen de Vandenhove‑collectie vormt Sainte-Face een monumentaal tegengewicht voor het kleinere Caroubier. Het werk belichaamt zowel de spirituele intensiteit, kleurgevoeligheid en innerlijke diepgang die Charles Vandenhove zocht in de moderne kunst die hij verzamelde, en vormt daarmee een belangrijk werk in de collectie.
Fien Vaneenooghe
- Titel
- Sainte Face
- Datum
- 1976
- Medium
- Olieverf op doek
- Hoogte
- 103 cm
- Breedte
- 205 cm
- Rechten
- In Copyright